Bagdad wil import van Koerdische kip opnieuw mogelijk maken
Het Iraakse ministerie van Landbouw heeft aangekondigd dat er een nieuwe procedure is opgesteld om kip uit de Koerdische Regio opnieuw toe te laten op de markt in andere Iraakse provincies. Daarmee komt er beweging in een verbod dat sinds januari gold.
Nieuwe procedure na maandenlange blokkade
Walid Zurfi, directeur Dierlijke Hulpbronnen bij het Iraakse ministerie van Landbouw, zei dat er eerder een verbod bestond op het vervoeren van kip uit de Koerdische Regio naar zuidelijke delen van Irak. Inmiddels is een procedure voorgelegd aan het Koerdische ministerie van Landbouw. Zodra die stappen in de praktijk worden ingevoerd, wil Bagdad de aanvoer weer hervatten.
Erbil spreekt van positieve stap en stuurt commissie naar Bagdad
Firas Siddiq, directeur-generaal Dierlijke Hulpbronnen bij het Koerdische ministerie van Landbouw en Waterbronnen, noemde de aanpak een constructief signaal. Volgens hem is in de Koerdische Regio een commissie gevormd die binnenkort naar Bagdad reist om de details te bespreken, inclusief de uitvoeringsmechanismen voor export.
Waarom deze markt zo gevoelig is
Irak is de belangrijkste afnemer van levende kip uit de Koerdische Regio. Daardoor is de sector kwetsbaar voor schommelingen in de politieke relatie tussen Erbil en Bagdad. Wanneer er federale importbeperkingen worden ingesteld, krijgen Koerdische ondernemers dat direct in de cijfers te voelen door onverkochte voorraden en verlies aan omzet.
Het verbod van januari: gezondheidsargument als aanleiding
Het importverbod werd dit jaar op 27 januari afgekondigd. Het gold voor alle pluimveeproducten richting andere Iraakse provincies, en werd gemotiveerd met zorgen over mogelijke overdracht van ziekte van pluimvee op mensen. In de praktijk had die maatregel een grote economische impact op producenten in de Koerdische Regio, juist omdat de afzet sterk afhankelijk is van de Iraakse markt.
Koerdische Regio wil structurele afspraken, geen tijdelijke openstelling
Siddiq benadrukte dat de Koerdische Regio niet gebaat is bij een korte heropening die later opnieuw kan worden teruggedraaid. Erbil wil een duurzame overeenkomst, waarin vooraf duidelijk wordt vastgelegd hoeveel kip Irak afneemt. Op basis daarvan kan de sector plannen, productie stabiliseren en een evenwicht bewaren tussen verschillende pluimveeprojecten.
Grote productiecapaciteit en een exportoverschot
Volgens cijfers uit de Koerdische Regio is de sector omvangrijk:
- 1.995 kippenbedrijven actief in de regio
- ruim 105 miljoen kippen per jaar
- ongeveer 250.000 ton productie per jaar
De binnenlandse vraag wordt geschat op 146.000 ton per jaar. Dat betekent dat er jaarlijks circa 104.000 ton overblijft voor export. Juist dat overschot maakt toegang tot markten buiten de Koerdische Regio essentieel om prijsdruk en verlies bij lokale producenten te voorkomen.
Meer dan kip: bredere handelsrelatie speelt mee
De mogelijke hervatting van kipimport past in een bredere context van handelsafspraken tussen Erbil en Bagdad. In mei bereikten beide partijen bijvoorbeeld al een akkoord om deadlines rond vrachtoverslag en opslag in magazijnen te verlengen, bedoeld om handelsverstoring tussen de Koerdische Regio en federaal Irak te beperken.
Wat deze stap kan opleveren
Als de procedure snel wordt ingevoerd, kan dit tegelijk twee doelen dienen: het opvangen van het Koerdische exportoverschot én het normaliseren van handelsstromen tussen de Koerdische Regio en andere Iraakse provincies. Dat is niet alleen economisch relevant, maar draagt ook bij aan voorspelbaarheid voor ondernemers en stabiliteit in de voedselketen.

