Ahmed al-Sharaa: Islamist, met een nationalistisch schaduwverleden

In de ogen van velen is Ahmed al-Sharaa de belichaming van een nieuw Syrië: westers geschoold, diplomatiek behendig, een bruggenbouwer. Als president van de voorlopige transitieregering die werd opgericht in de nasleep van het Syrische conflict, presenteert hij zich als hervormer. Maar achter dit zorgvuldig opgebouwde imago schuilt een verleden dat zelden belicht wordt, een verleden van politieke loyaliteit, ideologische scherpte, en een familiegeschiedenis die de wortels blootlegt van een systeem dat decennialang de Koerden, opposanten en minderheden in Syrië structureel heeft genegeerd of onderdrukt.

Ahmed al Sharaa, tijdens zijn gevangenschap in Irak. Op het bord toont zich de naam: ‘Amjad Muzzafar Hussein Ali’. Foto: mashanaljabouri/X

Een erfgenaam van macht en invloed
Ahmed al-Sharaa is geen buitenstaander. Hij is geboren in Daraa in 1972 in een vooraanstaande Ba’athistische familie. Zijn vader, Issam al-Sharaa, was jarenlang regionaal partijleider van de Ba’athpartij in Zuid-Syrië en een vertrouweling van oud-president van Syrië Hafez al-Assad. Zijn grootvader, Sheikh Khaled al-Sharaa, was in de jaren ’60 al betrokken bij de opbouw van de Syrische binnenlandse veiligheidsstructuur en stond bekend om zijn harde houding jegens oppositiegroepen, met name Koerdische activisten en communistische studenten.

Deze erfenis van politieke macht heeft Ahmed nooit publiekelijk veroordeeld. Integendeel: in een zeldzaam interview uit 2009 noemde hij zijn grootvader “een principiële patriot die het belang van nationale homogeniteit boven sektarische en etnische fragmentatie stelde.” Voor velen in Syrië klinkt dit als een eufemisme voor de langdurige repressie van Koerdische culturele rechten, de Arabisering van Koerdische regio’s, en het systematisch ontkennen van burgerschap aan honderdduizenden Koerden.

Hussain al-Sharaa, vader van Ahmed al-Sharaa

Dubbele agenda tijdens de Syrische revolutie
Tijdens de Syrische revolutie (2011–heden) bleef Ahmed lange tijd op de achtergrond werken. Hij werkte bij de Syrische Ministerie van Buitenlandse Zaken, waar hij betrokken was bij ‘veiligheidscoördinatie’ met pro-regime milities in het zuiden van het land. Bronnen binnen de Syrische oppositie claimen dat hij als contactpersoon fungeerde tussen bepaalde facties van de Syrische geheime dienst en tribale milities die later overstapten naar de kant van de transitiebeweging.

Zijn plotse opkomst als hoofd van de transitieregering in 2023 werd dan ook met argwaan ontvangen binnen progressieve en Koerdische kringen. Critici noemen hem een ‘verpakt verlengstuk’ van het oude systeem, die het westen een aanvaardbaar gezicht wil tonen, maar intern werkt aan het herstellen van de centrale Arabisch-nationalistische controle. Zijn banden met de oude Ba’athstructuur zijn nooit formeel verbroken.

Ahmed al-Sharaa zijn visie op de Koerdische kwestie
Publiekelijk stelt al-Sharaa dat hij “alle etnische groepen in Syrië gelijke rechten wil geven onder de vlag van één nationale staat.” Maar uit gelekte notulen van een gesloten bijeenkomst in Genève (2024), waarin westerse diplomaten en Syrische oppositieleiders deelnamen, blijkt dat hij zich verzette tegen constitutionele autonomie voor de Koerden in Noord-Syrië. Volgens al-Sharaa zou dit “de territoriale integriteit van Syrië in gevaar brengen en leiden tot een domino-effect van federalisering.

In diezelfde bijeenkomst maakte hij ook de opmerking: “De Koerden moeten begrijpen dat hun redding ligt in integratie, niet in afscheiding.” Voor veel Koerden klinkt dit als een herhaling van het oude Ba’ath-narratief: assimilatie in ruil voor tijdelijke tolerantie.

Bovendien is onder zijn voorlopige regering geen enkele Koerdische vlag toegestaan in overheidsgebouwen, en zijn Koerdische plaatsnamen in officiële documenten vervangen door Arabische equivalenten. In Al-Hasakah en Qamishli zijn Koerdische culturele centra gesloten onder het voorwendsel van ‘illegale financiering uit het buitenland’, iets dat volgens lokale bronnen vooral een voorzet was om pan-Koerdisch bewustzijn te onderdrukken.

Ahmed al-Sharaa, tijdens zijn tijd als ISIS-aanhanger

Opvallende stiltes in zijn curriculum vitae
Ahmed al-Sharaa’s academische achtergrond wordt vaak gepresenteerd als een bewijs van zijn gematigdheid. Hij studeerde rechten in Damascus, en later internationale betrekkingen in Moskou. Maar opvallend is dat zijn verblijf in Rusland (1997–2001) deels samenviel met het opleiden van Syrische inlichtingendienstfunctionarissen in samenwerking met Russische ‘veiligheidsacademies’. In Russische media werd hij destijds herhaaldelijk genoemd als liaison tussen Syrische studenten en FSB-gecoördineerde seminars over “interne stabiliteit en staatsopbouw”.

Zijn tijd in Rusland lijkt uit zijn officiële biografie verdwenen, net als zijn rol in de jaren 2005–2010 als ‘beleidsadviseur’ voor het Ministerie van Informatie, dat belast was met censuur, mediaregulering en anti-Koerdische propaganda in Noord-Syrië.

De façade van hervorming
In internationale kringen presenteert Ahmed al-Sharaa zich als hervormer. In toespraken voor de VN en de Arabische Liga spreekt hij over “inclusieve verzoening” en “een seculiere toekomst”. Toch heeft zijn kabinet tot nu toe nauwelijks minderheidsfiguren opgenomen, laat staan Koerdische leiders uit Rojava. Vrouwen zijn in zijn regering nagenoeg afwezig, op enkele symbolische posten na. Ondertussen is de Syrische militaire aanwezigheid in de buurt van autonome Koerdische gebieden weer toegenomen, en worden Koerdische journalisten en activisten wederom aangeklaagd wegens ‘staatsgevaarlijke propaganda’.

Van links naar rechts: Mohammed Bin Salman (kroonprins van Saoedi-Arabië), Donald Trump (president van de Verenigde Staten) en Ahmed al-Sharaa

Een les in kritische leiderschap
De opkomst van Ahmed al-Sharaa biedt een belangrijke les: niet elke nieuwe leider is automatisch een nieuwe richting. Voor Koerden in Syrië en daarbuiten is waakzaamheid geboden. Zijn familiegeschiedenis, politieke keuzes en institutionele erfenis wijzen eerder op continuïteit dan op breuk. Het is essentieel om voorbij de façade te kijken, en vast te houden aan de vraag: wie bepaalt de toekomst van Syrië, en voor wie?

Want wie zwijgt over Qamishli, Kobani negeert, en uitwijkt voor het woord ‘autonomie’ en ‘federalisme’, spreekt niet namens allen. En elke transitie die begint met uitsluiting, draagt het zaad van nieuwe onderdrukking in zich.

Ahmed al-Sharaa, recentelijk tijdens zijn inspraakmoment tijdens de VN-vergaderingen

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring