Acht jaar na Operatie Olijftak: een keerpunt voor de Koerden in Rojava
Vandaag, op 17 maart, is het acht jaar geleden dat de val van Afrin werd bezegeld. Voor veel Koerden staat die datum symbool voor verlies, ontheemding en het wegvallen van een van de weinige gebieden in Syrië waar Koerden tijdens de oorlog een zekere vorm van zelfbestuur hadden opgebouwd. Wat in Ankara “Operatie Olijftak” werd genoemd, betekende voor Afrin het begin van een zware militaire aanval die uitmondde in de inname van de regio en een ingrijpende verandering van haar karakter.
Wat was Operatie Olijftak?
Operatie Olijftak begon op 20 januari 2018, toen Turkije samen met geallieerde Syrische gewapende groepen een offensief startte tegen Afrin, een overwegend Koerdische enclave in het noordwesten van Syrië. Ankara stelde dat de operatie gericht was tegen de YPG, die door Turkije als verlengstuk van de PKK wordt gezien. Voor de Koerden in Afrin ging het om een aanval op een gebied dat zich jarenlang had weten te handhaven te midden van de Syrische oorlog, en dat in vergelijking met veel andere delen van Syrië lange tijd relatief stabiel was gebleven.

Afrin raakte stap voor stap geïsoleerd
In de weken na het begin van het offensief nam de druk op Afrin snel toe. Turkse luchtaanvallen, artilleriebeschietingen en grondoperaties duwden de verdedigers steeds verder terug. Halverwege maart was de stad omsingeld. Tegelijkertijd groeide de humanitaire crisis. Duizenden burgers sloegen op de vlucht, terwijl families uit omliggende dorpen juist richting de stad waren getrokken in de hoop daar veiliger te zijn. Die beweging veranderde Afrin van een toevluchtsoord in een knelpunt.
18 maart 2018: het moment waarop Afrin viel
17 maart 2018 was het kantelpunt. Op dat moment was duidelijk dat Afrin militair nauwelijks nog te behouden was. Koerdische strijders trokken zich terug om een totale vernietiging in de stad en nog grotere burgerslachtoffers te vermijden. Een dag later trokken Turkse troepen en aan hen gelieerde Syrische milities het stadscentrum binnen. In de praktijk werd de val van Afrin dus op 17 maart bezegeld, waarna de feitelijke intocht op 18 maart volgde. Die twee data horen onlosmakelijk bij elkaar, maar voor veel Koerden leeft 18 maart als de dag waarop Afrin verloren ging.
De beelden uit de stad werden een symbool van vernedering
Na de intocht verschenen beelden die diepe sporen nalieten. In het centrum van Afrin werd het standbeeld van Kawa, een belangrijk symbool in de Koerdische geschiedenis en cultuur, neergehaald. Voor Koerden was dat meer dan een incident in de chaos van een militaire operatie. Het werd gezien als een duidelijke boodschap: de aanval ging niet uitsluitend over militair terrein, maar raakte ook het geheugen, de identiteit en de zichtbare aanwezigheid van een volk in zijn eigen leefgebied.

Massale ontheemding en een veranderde regio
Na de val van Afrin raakten grote delen van de oorspronkelijke bevolking ontheemd. VN-bronnen meldden in de periode rond de inname al honderdduizenden ontheemden uit de regio. In de maanden daarna kwamen er steeds meer meldingen over plunderingen, inbeslagnames van eigendommen, intimidatie en schendingen door gewapende groepen die onder Turkse invloed opereerden. Daarmee werd de val van Afrin geen afgesloten militair hoofdstuk, maar het begin van een nieuwe werkelijkheid waarin veel Koerdische families hun huizen, land en bestaanszekerheid verloren.

Waarom Afrin nog steeds pijn doet
Afrin doet nog altijd pijn omdat het verlies van de stad in Koerdische ogen meer betekende dan het verlies van grondgebied. Het ging om een regio met een duidelijke Koerdische aanwezigheid, een eigen sociaal en bestuurlijk leven, en een bevolking die in korte tijd werd verspreid. Voor veel Koerden staat Afrin sindsdien symbool voor een terugkerend patroon: op geopolitieke momenten worden Koerdische belangen ondergeschikt gemaakt aan de belangen van staten en grootmachten. Dat gevoel van verlatenheid is een wezenlijk deel van het trauma dat met 18 maart 2018 verbonden blijft.
Afrin is geen afgesloten verleden
Acht jaar later is Afrin nog altijd geen afgesloten dossier. De naam van de stad leeft voort in herdenkingen, in verhalen van ontheemde families en in het bredere Koerdische politieke geheugen. De val van Afrin herinnert eraan hoe snel een regio kan kantelen wanneer militaire macht, internationale stilte en regionale belangen samenkomen. Voor Koerden blijft 17 maart daarom geen gewone datum, maar een dag waarop het verlies van Afrin opnieuw wordt gevoeld.

