>>> Erkenning van de vervolging van de Feyli-Koerden kwam pas in 2010.

4 april 1980: de dag waarop de vervolging van de Feyli-Koerden openlijk escaleerde

Geschreven door: Ahmed Khoshnaw

Vandaag, op 4 april, staan veel Koerden stil bij een zwarte bladzijde uit de moderne geschiedenis van Irak: de vervolging van de Feyli-Koerden onder het Ba’atistische regime. Voor de Feyli-gemeenschap is deze datum veel meer dan een moment van herinnering. Het is een symbool geworden van onteigening, verbanning, verdwijning en systematische ontmenselijking. Wat in die periode gebeurde, was geen op zichzelf staand incident, maar onderdeel van een doelbewuste campagne om een Koerdische gemeenschap uit het openbare, politieke en maatschappelijke leven van Irak weg te drukken.

Wie zijn de Feyli-Koerden?
De Feyli-Koerden vormen een Koerdische gemeenschap die historisch leefde in en rond de grensgebieden tussen Irak en Iran, maar ook sterk aanwezig was in steden als Bagdad en in provincies als Diyala, Wasit, Maysan en Basra. In tegenstelling tot de meerderheid van de Koerden in Irak, die overwegend soennitisch zijn, zijn veel Feyli-Koerden sjiitisch. Juist die combinatie van een Koerdische én sjiitische identiteit maakte hen in de ogen van het Ba’at-regime verdacht. Daarbij kwam dat veel Feyli-Koerden economisch succesvol waren en een belangrijke positie innamen in de handel en markten van Bagdad. Dat maakte hen voor het regime niet alleen ideologisch ongewenst, maar ook politiek en economisch doelwit.

De weg naar vervolging
De onderdrukking van de Feyli-Koerden begon niet pas in 1980. Al eerder werden zij door opeenvolgende Iraakse overheden behandeld als mensen van “twijfelachtige afkomst”, vaak met de beschuldiging dat zij in wezen Iraniërs zouden zijn. Die redenering werd gebruikt om hun burgerschap ter discussie te stellen. Toen de Ba’at-partij haar macht verder verstevigde, werd die bestaande discriminatie omgezet in openlijke staatsvervolging. Deportaties, controle op identiteitsdocumenten en het afpakken van rechten kwamen in de jaren zeventig al voor, maar in 1980 bereikte die politiek een veel hardere en openlijker fase.

De Feyli-Koerden raakten hun nationaliteit kwijt en werden verbannen uit Irak.

1980: ontneming van burgerschap en gedwongen deportatie
Rond april 1980 begon het regime op grote schaal Feyli-Koerden op te pakken, hun papieren af te nemen en gezinnen uit hun huizen, winkels, scholen en werkplekken weg te slepen. Velen werden beschuldigd van een vermeende Iraanse afkomst en daarmee feitelijk buiten de Iraakse natie geplaatst. Bezittingen werden in beslag genomen, huizen en handelsgoederen geconfisqueerd en families in bussen of vrachtwagens richting de Iraanse grens afgevoerd. Een groot aantal gedeporteerden mocht vrijwel niets meenemen. Voor duizenden mensen betekende dit het abrupte einde van hun bestaan in het land waarin zij waren geboren en geworteld.

Verdwijningen en gescheiden families
De tragedie beperkte zich niet tot deportatie. Duizenden jonge Feyli-Koerdische mannen werden van hun families gescheiden en verdwenen in gevangenissen en detentiecentra zoals Abu Ghraib en Nugra Salman. Veel van hen zijn nooit teruggekeerd. Tot op de dag van vandaag blijft het lot van grote aantallen vermisten onduidelijk. Voor hun families eindigde de vervolging daarom niet aan de grens, maar begon daar een tweede vorm van lijden: jarenlang wachten zonder antwoord, zonder graf en zonder gerechtigheid. Juist die combinatie van deportatie, ontmenselijking en verdwijning maakt deze geschiedenis zo diep ingrijpend in het collectieve geheugen van de Feyli-Koerden.

Een gemeenschap die alles kwijtraakte
De aanval op de Feyli-Koerden was niet alleen gericht op lichamen, maar ook op identiteit. Hun nationaliteit werd ingetrokken, hun eigendommen werden afgepakt en hun aanwezigheid in Irak werd administratief uitgewist. Daarmee probeerde het regime een complete gemeenschap terug te brengen tot vreemdelingen in eigen land. Veel families kwamen in Iran terecht als ontheemden of stateloze vluchtelingen, vaak onder zware omstandigheden en zonder uitzicht op een snelle terugkeer. Mensen die eerder een stabiel leven, werk en sociale status hadden, werden in korte tijd gereduceerd tot mensen zonder papieren, zonder bescherming en zonder thuis.

Massagraven van Feyli-Koerden in Irak.

Erkenning kwam laat
Na de val van het Ba’at-regime kwam er stap voor stap meer erkenning voor wat de Feyli-Koerden was aangedaan. De nieuwe Iraakse grondwettelijke en wettelijke orde maakte herstel van nationaliteit mogelijk voor mensen die op politieke, etnische of religieuze gronden hun burgerschap waren kwijtgeraakt. Daarnaast erkende het Iraakse parlement de misdaden tegen de Feyli-Koerden later als genocide, en ook in juridische procedures is hun vervolging nadrukkelijk benoemd. Toch betekende die erkenning niet automatisch dat alle wonden werden geheeld. Voor veel families bleven vermiste dierbaren spoorloos, gestolen bezittingen ongeretourneerd en procedures voor volledig rechtsherstel traag en pijnlijk.

Waarom 4 april blijft tellen
De herdenking van 4 april is daarom geen terugblik op iets dat afgesloten is. Het is een herinnering aan een gemeenschap die doelbewust werd getroffen omdat zij Koerdisch was, omdat zij sjiitisch was, en omdat zij niet paste binnen het nationalistische en repressieve project van het regime in Bagdad. Voor de Feyli-Koerden is deze dag een bevestiging dat hun geschiedenis niet vergeten mag worden. Voor Koerden in bredere zin is het een herinnering aan hoeveel offers verschillende delen van het Koerdische volk hebben moeten brengen. De namen van de verdrevenen, de verdwenen jongeren en de families die alles verloren, horen blijvend thuis in het historische geheugen van Koerdistan.

Herinneren is ook recht eisen
Wie vandaag 4 april herdenkt, herdenkt dus niet alleen slachtoffers van toen. Deze dag gaat ook over de voortdurende eis om waarheid, herstel en waardigheid. Zolang niet alle vermisten zijn opgehelderd, niet alle rechten volledig zijn hersteld en niet alle onteigende families gerechtigheid hebben gekregen, blijft deze geschiedenis actueel. De vervolging van de Feyli-Koerden behoort tot de zwaarste misdaden uit de moderne Iraakse geschiedenis, en juist daarom moet zij ieder jaar opnieuw worden benoemd. Niet als voetnoot, maar als wezenlijk deel van de Koerdische geschiedenis.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring