>>> Het standbeeld van Saddam Hoessein wordt omvergeworpen.

23 jaar na de val van Saddam Hoessein: de dag waarop een tijdperk eindigde

Op 9 april 2003 viel Baghdad en stortte het bewind van Saddam Hoessein in. In veel internationale terugblikken draait die dag vooral om televisiebeelden uit Firdosplein, waar een standbeeld van Saddam werd neergehaald. Voor Koerden lag de betekenis veel dieper. Voor hen ging het niet in de eerste plaats om een symbolisch beeld uit de Iraakse hoofdstad, maar om de val van de man en de staat die jarenlang probeerden Koerden te onderwerpen, te verdrijven en op grote schaal uit te roeien.

De naam Saddam droeg in Koerdistan een veel zwaardere lading
De val van Saddam werd in Koerdistan niet beleefd als een gewone machtswisseling. Zijn regime was voor Koerden verbonden met Arabiseringspolitiek, massale repressie, de vernietiging van dorpen en de Anfal-campagne van 1988. Human Rights Watch concludeerde op basis van omvangrijk documentonderzoek en honderden getuigenverklaringen dat die campagne leidde tot de dood van ten minste 50.000 en mogelijk 100.000 Koerden, en gepaard ging met standrechtelijke executies, verdwijningen, chemische aanvallen en de verwoesting van duizenden dorpen. Daardoor werd 9 april 2003 in veel Koerdische families ervaren als het einde van een regime dat niet slechts politiek vijandig was, maar existentieel bedreigend.

Het omvergeworpen standbeeld van Saddam Hoessein op het Firdosplein in Bagdad, 10 april 2003. Foto: Patrick Baz/EPA

De weg naar 2003 begon voor Koerden niet in Baghdad, maar in 1991
Wie 9 april 2003 echt vanuit Koerdisch perspectief wil begrijpen, moet terug naar de nasleep van de Golfoorlog van 1991. Nadat Saddam de opstanden in Irak hard neersloeg, kwam er in het noorden onder internationale bescherming een no-flyzone tot stand. Die ontwikkeling maakte de vorming mogelijk van een feitelijk autonoom Koerdisch gebied. Sinds 1991 leefden Iraakse Koerden daardoor al gedeeltelijk buiten de directe greep van Baghdad, met eigen politieke instellingen en eigen veiligheidstroepen. Juist daarom keken Koerden anders naar 2003: zij zagen niet alleen een hoofdstad vallen, maar zagen ook het centrum van de macht instorten dat hun leven al decennialang had getekend.

De oorlog van 2003 en de Koerdische rol daarin
De oorlog begon op 20 maart 2003, nadat president George W. Bush op 17 maart een ultimatum aan Saddam had gesteld om Irak binnen 48 uur te verlaten. De officiële rechtvaardiging draaide om vermeende massavernietigingswapens en veiligheid na 11 september. Later bleek dat die wapens niet werden gevonden. In het noorden speelden Koerdische Peshmerga intussen een concrete rol in samenwerking met Amerikaanse Special Forces. Koerdische strijdkrachten waren geen toeschouwers aan de rand van de geschiedenis, maar een belangrijke partner in de campagne die Saddams macht uiteindelijk brak.

Saddam Hoessein zijn laatste live toespraak op televisie.

Wat zich op 9 april 2003 afspeelde
De dagen voor 9 april waren beslissend. Op 4 april namen Amerikaanse troepen de internationale luchthaven van Baghdad in. Daarna volgden invallen in het hart van de stad. Op 9 april stortte het georganiseerde verzet in Baghdad in en namen Amerikaanse troepen de stad over. Diezelfde dag werd Basra definitief veiliggesteld. Terwijl de wereld keek naar het neerhalen van Saddams standbeeld, zagen veel Koerden iets anders: het gezag van Baghdad, dat jarenlang boven hun bestaan had gehangen, was niet langer onaantastbaar. Het regime dat Anfal tegen de Koerden mogelijk had gemaakt, viel openlijk uiteen.

Voor Koerden was de val van Baghdad pas compleet toen ook het noorden kantelde
De betekenis van die week werd voor Koerden nog groter door wat direct erna gebeurde. Op 10 april 2003 namen Amerikaanse Special Forces samen met Koerdische Peshmerga Kirkuk in, en op 11 april volgde Mosul. Daarmee verdween de Ba’ath-macht ook uit cruciale steden in het noorden. Dat was historisch zwaar beladen, vooral in en rond Kirkuk, waar Koerden jarenlang waren verdreven onder Saddams Arabiseringsbeleid. Vanuit Koerdisch oogpunt markeerden die dagen dus niet alleen de val van Saddam in Baghdad, maar ook het openbreken van een machtsorde die het noorden jarenlang had vervormd.

Uiteindelijk werd Saddam Hoessein op 5 december 2003 berecht en op 30 december, hetzelfde jaar, opgehangen.

Opluchting betekende geen rust
Toch bracht de val van Saddam geen eenvoudig nieuw begin. In de rest van Irak stortte het staatsapparaat grotendeels in, waarna plundering, geweld en later een langdurige opstand volgden. Ook voor Koerden werd snel duidelijk dat de verdwijning van Saddam niet automatisch betekende dat de Koerdische kwestie was opgelost. Wel ontstond er na 2003 een nieuw politiek kader waarin de positie van de Koerdische Regio steviger werd verankerd. De Iraakse grondwet van 2005 erkende de ‘Kurdistan Region of Iraq‘ formeel, terwijl geschillen over grenzen, bevoegdheden, olie en vooral Kirkuk bleven bestaan.

Waarom 9 april in Koerdistan anders blijft voelen
Daarom blijft 9 april 2003 in Koerdistan een datum met een eigen betekenis. Voor veel Koerden is het de dag waarop een regime viel dat probeerde hun bestaan te breken. Het is de dag waarop de architectuur van angst in Baghdad instortte. Het is ook een herinnering aan een harde historische waarheid: Koerden moesten jarenlang overleven onder een staat die hen vervolgde, en toen dat regime viel, lag de prijs van die geschiedenis nog overal zichtbaar in massagraven, verwoeste dorpen en generaties vol trauma. De val van Saddam was voor Koerden dus geen gewone regimewisseling. Het was het einde van een vijandige orde die zich diep in het Koerdische geheugen had vastgezet.

Toenmalige president van Amerika, George W. Bush jr., tijdens zijn overwinningsspeech aan boord van de USS Abraham Lincoln.

Een keerpunt, geen afgerond hoofdstuk
Drieëntwintig jaar later staat 9 april 2003 nog altijd overeind als een keerpunt in de moderne Koerdische geschiedenis. Die dag bracht geen volmaakte rechtvaardigheid en geen definitieve oplossing voor de Koerdische zaak. Daarvoor bleven te veel kwesties onopgelost. Wat wel veranderde, was de richting van de geschiedenis. Vanaf dat moment keek Koerdistan niet langer omhoog naar een onaantastbare dictator in Baghdad, maar vooruit naar een nieuwe politieke werkelijkheid waarin Koerden zichtbaarder, sterker en institutioneel steviger verankerd raakten dan ooit onder Saddam mogelijk was geweest.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring