22 maart 1988: begin van de tweede Anfal-campagne tegen de Koerden
Op 22 maart 1988 begon de tweede fase van de Anfal-campagne, de grootschalige operatie van het Iraakse Ba’ath-regime tegen de Koerdische bevolking in Zuid-Koerdistan (Noord-Irak). Deze tweede campagne richtte zich vooral op het gebied van Qara Dagh, ten zuiden van Silemani, en volgde slechts enkele dagen na de gifgasaanval op Halabja van 16 maart 1988. Binnen de bredere Anfal-operatie vormde deze fase een nieuwe stap in de systematische aanval op Koerdische dorpen, burgers en Peshmerga-posities.
Qara Dagh als doelwit
De tweede Anfal-campagne duurde van 22 maart tot begin april 1988 en concentreerde zich op Qara Dagh en de omgeving richting Darbandikhan, wat ten zuiden van Suleimani ligt. In de aanloop naar deze fase waren er al meldingen van chemische aanvallen op dorpen en Peshmerga-locaties in het gebied. Volgens reconstructies van mensenrechten onderzoekers probeerde Bagdad hiermee de Koerdische aanwezigheid in deze regio militair te breken en het platteland te ontvolken.
Chemische aanval op Sewsenan
Een van de bekendste gebeurtenissen van deze tweede fase was de chemische aanval op het dorp Sayw Senan, ook geschreven als Sewsenan, op 22 maart. Human Rights Watch beschrijft deze aanval als een van de dodelijkste chemische aanvallen binnen de hele Anfal-campagne. Ooggetuigenverklaringen en lokale schattingen die later werden verzameld, spreken over tientallen doden in het dorp. In de dagen erna werden ook andere plaatsen in het gebied getroffen, waaronder Dukan en Ja’faran, terwijl de vrees voor nieuwe gifgasaanvallen zich snel verspreidde onder de bevolking.
Van bombardementen naar grondoffensief
Na de eerste aanvallen volgde een grondoffensief. Iraakse troepen rukten op vanuit meerdere richtingen, ondersteund door veiligheidseenheden en pro-regime milities. Veel inwoners sloegen op de vlucht naar de bergen of probeerden de hoofdwegen en stedelijke gebieden te bereiken. De chaos in Qara Dagh liet al vroeg het patroon zien dat later in andere Anfal-fases nog duidelijker zichtbaar werd: bombardementen, gedwongen verplaatsing, massale vluchtbewegingen en het verdwijnen van gevangengenomen burgers.
Plaats binnen de Anfal-campagne
De tweede Anfal-campagne was dus geen losstaand incident, maar onderdeel van een bredere operatie die tussen februari en september 1988 in verschillende fasen werd uitgevoerd. Mensenrechtenorganisaties en historici beschrijven Anfal als een campagne waarin tienduizenden Koerden omkwamen en grote delen van het Koerdische platteland werden vernietigd. De gebeurtenissen van 22 maart 1988 markeren daarom het begin van een cruciale en bijzonder gewelddadige fase in de geschiedenis van de Anfal-genocide.

