110 jaar Sykes-Picot: de grenslijnen die het Midden-Oosten bleven achtervolgen

>>> Na 110 jaar is de kaart van het Midden-Oosten nog steeds onderwerp van strijd.
Vandaag is het 110 jaar geleden dat het Sykes-Picotverdrag werd gesloten. Op 16 mei 1916 legden Groot-Brittannië en Frankrijk, midden in de Eerste Wereldoorlog, in het geheim hun plannen vast voor de verdeling van grote delen van het Midden-Oosten. Het Ottomaanse Rijk wankelde, Europese machten keken vooruit naar de dag erna. Wat volgde was een kaart die niet werd getekend vanuit de werkelijkheid van volkeren, talen, stammen, religieuze gemeenschappen en lokale machtsverhoudingen, maar vanuit imperiale belangen.
Voor de Koerden werd Sykes-Picot later een symbool van een bredere miskenning. Het verdrag zelf bepaalde niet in één enkele zin het volledige lot van Koerdistan, maar het paste wel in een reeks besluiten, mandaten en verdragen die het Koerdische gebied verdeelden over nieuwe staten. De gevolgen daarvan zijn tot vandaag zichtbaar in Turkije, Irak, Syrië en Iran.
Een geheime afspraak over een open regio
Het Sykes-Picotverdrag werd gesloten door de Britse diplomaat Mark Sykes en de Franse diplomaat François Georges-Picot. Hun regeringen wilden invloed veiligstellen over Arabische en Koerdische gebieden die op dat moment nog onder Ottomaanse controle stonden. De kaart werd opgedeeld in invloedssferen, directe bestuurszones en gebieden waar lokale vormen van bestuur onder Europese controle zouden ontstaan.
Daarmee werd het Midden-Oosten behandeld als een strategisch schaakbord. Havens, handelsroutes, oliebelangen, militaire posities en toegang tot de Middellandse Zee wogen zwaarder dan de politieke toekomst van de volkeren die er woonden. Die houding werd later kenmerkend voor de naoorlogse ordening van de regio: grenzen kwamen van bovenaf, legitimiteit moest daarna van onderaf worden afgedwongen.

De Koerdische kwestie kreeg geen rechtvaardige plaats
Voor de Koerden betekende de periode na de Eerste Wereldoorlog een gemiste kans op erkenning. In de jaren na Sykes-Picot ontstonden momenten waarop Koerdische autonomie of zelfs een vorm van Koerdische staatsvorming bespreekbaar leek. Toch verdwenen die mogelijkheden uiteindelijk uit de internationale besluitvorming. Nieuwe staten kregen vorm, terwijl Koerdistan werd verdeeld.
Die verdeling sneed door gemeenschappen, handelsroutes, berggebieden en politieke netwerken heen. Koerden kwamen terecht binnen staten die vaak waren gebouwd op een dominante nationale identiteit. In veel gevallen werd de Koerdische taal beperkt, werd politieke organisatie onderdrukt en werd het bestaan van een afzonderlijke Koerdische identiteit gezien als bedreiging voor de eenheid van de staat.
De kern van het probleem was niet uitsluitend de grenslijn op de kaart. Het diepere probleem was dat de politieke rechten van volkeren zonder staat ondergeschikt werden gemaakt aan de belangen van staten die door externe machten waren gevormd of versterkt.
Een regio gebouwd op spanning
De erfenis van Sykes-Picot is breder dan de Koerdische kwestie. In Syrië, Irak, Libanon, Palestina en andere delen van de regio ontstonden staatsstructuren waarin verschillende gemeenschappen moesten leven binnen grenzen die vaak weinig rekening hielden met hun onderlinge verhoudingen. Sommige staten ontwikkelden sterke centrale regimes om die kunstmatige spanning te beheersen. Dat leidde op veel plekken tot autoritair bestuur, militaire staatsgrepen en langdurige conflicten.
Voor Irak werd dit bijzonder zichtbaar. De staat bracht verschillende etnische en religieuze gemeenschappen samen onder één centraal gezag. De Koerden in het noorden moesten decennialang strijden voor erkenning, autonomie en bescherming. De opkomst van de Koerdische Autonome Regio laat zien dat stabiliteit niet ontstaat door identiteit te ontkennen, maar door politieke realiteit institutioneel te erkennen.
Ook in Syrië werd de Koerdische aanwezigheid lange tijd gemarginaliseerd. De ontwikkelingen in Rojava tonen opnieuw aan dat Koerdische politieke en culturele rechten geen bijzaak zijn, maar een fundamenteel onderdeel van elke duurzame oplossing voor Syrië.
Waarom Sykes-Picot vandaag nog relevant is
Sykes-Picot wordt vaak genoemd als oorzaak van alle problemen in het Midden-Oosten. Dat is te simpel. De regio kende ook vóór 1916 machtsstrijd, lokale conflicten en rivaliteit. Toch blijft Sykes-Picot belangrijk omdat het een manier van denken vertegenwoordigt: de toekomst van een regio bepalen zonder de volkeren van die regio als volwaardige politieke spelers te behandelen.
Precies daarom leeft het verdrag voort in het collectieve geheugen van Koerden. Het staat symbool voor beloftes die niet werden nagekomen, kaarten die zonder Koerdische inspraak werden getekend en staten die daarna vaak probeerden de Koerdische identiteit te beperken. Voor veel Koerden is Sykes-Picot geen oude diplomatieke afspraak, maar een beginpunt van een moderne politieke onrechtvaardigheid.
De les van 110 jaar Sykes-Picot is duidelijk: stabiliteit in het Midden-Oosten kan niet worden gebouwd op ontkenning. Koerdische rechten, taal, veiligheid en zelfbestuur moeten een vaste plaats krijgen in elke regionale ordening die serieus genomen wil worden. Zolang staten vasthouden aan centralisme en assimilatie, blijven de breuklijnen bestaan.
De kaart is oud, de vraag blijft actueel
Na 110 jaar is de kaart van het Midden-Oosten nog steeds onderwerp van strijd. Grenzen liggen vast op papier, maar legitimiteit wordt dagelijks getest door de volkeren die binnen die grenzen leven. Voor de Koerden blijft de centrale vraag hoe nationale rechten, regionale autonomie en internationale erkenning kunnen worden veiliggesteld in een regio waar macht vaak zwaarder weegt dan recht.
Sykes-Picot behoort tot het verleden, maar de gevolgen ervan zijn niet verdwenen. De Koerdische zaak laat zien dat een volk zonder erkende staat toch een blijvende politieke werkelijkheid vormt. Geen enkel akkoord, geen enkele grens en geen enkel regime kan die werkelijkheid blijvend uitwissen.
110 jaar later is de belangrijkste conclusie dat de toekomst van het Midden-Oosten niet opnieuw over de hoofden van zijn volkeren heen mag worden bepaald. Voor Koerden betekent dat erkenning van taal, identiteit, bestuur en veiligheid. Zonder die basis blijft de regio gevangen in de schaduw van kaarten die meer dan een eeuw geleden door anderen werden getekend.
Ahmed Khoshnaw